Eerder gepubliceerd in de Meppelen Courant

Dekseizoen geopend


Het voorjaar zit in de lucht en het dekseizoen is weer begonnen. Voor hengstenhouder Riekus Veninga uit Stuifzand is daarmee een drukke tijd begonnen. Van 1 maart tot 1 september wint hij op zijn bedrijf sperma van zijn dekhengsten en wordt het klaargemaakt voor gebruik of verzending. Merries worden er onderzocht en bevrucht. Ook toert de hengstenhouder als inseminator door de Noordelijke drie provincies met in zijn auto bestelde rietjes sperma van diverse hengsten. In hun eigen stal worden de merries door Riekus met behulp van een lang plastic buisje en injectiespuit van de gewenste zaadcellen voorzien.

In Stuifzand rijden bij Riekus Veninga en zijn vrouw Ilonka dagelijks vanaf acht uur ‘s morgens paardentrailers het erf op. Eigenaren laden er hun merries uit. Vaak is er een jong veulentje bij, dat wat nieuwsgierig en schrikkerig om zijn moeder heen dartelt. Eén voor één worden de dames in de opvoelbox geplaatst en staat dierenarts Reinier Logcher klaar om een onderzoek te doen. Zijn in plastic gehulde rechterarm verdwijnt – met scannertje- via de anus in de darm van de merrie. Op het beeldscherm van het echoapparaat is te zien of er op één van de eierstokken een rijp eitje klaar ligt. Ilonka Veninga noteert de bevindingen.

Voor merries die aan bevruchting toe zijn, wordt het sperma van de uitverkoren hengst besteld. Dat kan een hengst van Riekus en Ilonka zijn. Zaad van kandidaten uit een ander deel van het land is evengoed mogelijk. Een koerier zal de rietjes dezelfde dag nog bij Riekus bezorgen.

Als Riekus van één van zijn hengsten zaadcellen wil winnen, mag het paard geen echte merrie bespringen. Hij mag er wel, door de tralies van de box, even aan snuffelen Eenmaal in de juiste stemming bestijgt hij de kunstmerrie. Als hij ejaculeert vangt Riekus het sperma in een kunstschede op.

Dekhengst voor het KWPN word je als paard niet zomaar. Er gaat een zware selectie aan vooraf. Riekus vertelt dat een veulen de eerste vier, vijf maanden bij de moeder loopt en daarna in een groep leeftijdsgenoten wordt geplaatst. Op tweejarige leeftijd worden er röntgenfoto’s van de gewrichten gemaakt. Een gezond en veelbelovend dier wordt aangemeld voor de eerste bezichtiging. Na een keuring op exterieur en beweging komt hij mogelijk in aanmerking voor een tweede en derde bezichtiging. Van de circa 600 aangeboden hengsten blijft uiteindelijk zo’n tien procent over dat naar het verrichtingsonderzoek mag. In 50 tot 70 dagen wordt beoordeeld hoe deze dieren zich in de training onder het zadel ontwikkelen. Natuurlijke aanleg als dressuur- of springpaard, gezondheid en karakter worden beoordeeld. Zo wordt voorspeld wat de genetische waarde van het jonge dier voor toekomstige generaties zou kunnen zijn. Pas na de eindpresentatie in het najaar staat vast welke jonge, inmiddels driejarige hengsten als goedgekeurde hengsten aan het stamboek zijn toegevoegd. Riekus: “Per jaar vinden er zo’n 13.000 dekkingen plaats. Van al die veulens zullen er 15 het tot goedgekeurde dekhengst brengen”.

Afgelopen najaar was zijn ‘Bodinus’ één van deze uitverkorenen. Om dit doel te bereiken moest er flink worden geïnvesteerd. “Voor één paard mag je rekenen dat je 25.000 euro kwijt bent”, zegt Riekus, “maar eigenlijk moet je de andere paarden die het niet haalden, ook in de kosten meerekenen. Met Bodinus heb ik goed geboerd, maar ik had er nog een paar”.

Niet alleen de hengst bepaalt of er een goed veulen wordt geboren. Volgens Riekus is ook de kwaliteit van de merrie erg belangrijk. Via keuring en aanlegtest kan ook zij haar kwaliteiten bewijzen. “Om een goed sportpaard te fokken is de moederlijn heel belangrijk”, zegt de hengstenhouder. “Totilas komt bijvoorbeeld uit een heel mooi stammetje”.

Het fokken is tegenwoordig een technisch gebeuren. Werd vroeger de dekhengst op een vrachtwagen het land door gereden, tegenwoordig kan een hengst per jaar 350 merries bevruchten zonder maar bij één van hen in de buurt te zijn geweest. Dankzij de mogelijkheid van diepvriessperma kan zelfs een overleden hengst nog nakomelingen krijgen.

Ook merries kunnen dankzij de voortschrijdende ontwikkelingen meerdere veulens per jaar voortbrengen. Dankzij embryotransplantatie kunnen draagmoeders van een donormerrie bevruchte eicellen ontvangen en de veulens grootbrengen. Riekus: “Het is een hele kostbare geschiedenis. Je bent al gauw 15.000 euro aan één nakomeling kwijt. Als je dan een heel simpel veulen hebt liggen, is het wel een teleurstelling”. Volgens Riekus heeft het milieu grote invloed op de kwaliteit van een veulen. “Het is maar net waar ze geboren worden. Een genetisch goed veulen wordt nooit wat als de omstandigheden niet optimaal zijn”.

Een merrie die in de sport goed presteert, zou dankzij embryotransplantatie een veulen kunnen voortbrengen zonder haar carrière te onderbreken. Riekus ziet bezwaren. “Sport en hengstigheid gaan eigenlijk niet goed samen. Een merrie die in de sport loopt wil vaak niet goed hengstig worden”. De hengstenhouder ziet in embryotransplantatie wel een mogelijkheid voor oudere merries die vanwege hun leeftijd moeilijk een dracht kunnen volbrengen. “Zo kun je van een interessante merrie toch wat bewaren. Maar je zou ook een dochter van haar kunnen gebruiken”.

Een nieuwe techniek die nog in de kinderschoenen staat, is klonen. Hierbij wordt op kunstmatige wijze uit een bestaande lichaamscel van een toppaard een embryo gekweekt, dat kan uitgroeien tot een kopie van zijn ouder. Riekus ziet het klonen nog niet direct een grote vlucht nemen. Niet alleen omdat de kosten hoog en de slagingskansen klein zijn: volgens de hengstenhouder ben je ‘in het verleden bezig’. Riekus gaat ervan uit dat in de fokkerij elke nieuwe generatie een verbetering inhoudt. “Een gekloond paard is een paard van een generatie ervoor. Kijk eens naar Totilas en vergelijk hem met de beste dressuurpaarden van 20 jaar geleden. Dat is een enorm verschil”. De hengstenhouder is van mening dat een gekloond paard om die reden altijd minder goed zal zijn dan de beste van zijn niet gekloonde leeftijdsgenoten.

Voor ieder paard, dus ook voor een gekloond exemplaar, zijn de omstandigheden waarin het dier opgroeit en getraind wordt bepalend voor het eindresultaat. Een kloon van de succesvolle ruin Parzival hoeft geen tweede Parzival te worden. Riekus: “Komt die ook bij Henk Koers terecht, en krijgt die ook Adelinde in het zadel?”. De hengstenhouder vindt het best dat het klonen wordt uitgeprobeerd, maar: “Zo’n paard moet zich net als de anderen eerst bewijzen. Dus naar de hengstenkeuring, een verrichting lopen, in de sport presteren. Pas daarna mogen ze hem loslaten, eerder niet”.

Inseminatie
Webworks by TLN Webdesign