‘En toen kwamen de tranen’
Gert en Roelie Boverhof beiden kampioen op Hippiade in ErmeloAnsen- De overwinningsroes is nog niet voorbij. De huiskamer staat vol bloemen en in de tuin prijkt een bord met de tekst: ‘Het schoonste geheel met veel geboen, Roelie en Gert kampioen’. Tijdens de Hippiade in Ermelo werd Roelie Boverhof uit Ansen tot haar eigen verrassing met het tuigpaard ‘Wonder van de Ursahof’ uitgeroepen tot kampioen in het damesnummer. Echtgenoot Gert haalde dezelfde avond het Nederlands kampioenschap van het dubbelspan binnen.
Van te voren vonden beide echtelieden het al prachtig dat ze uitgenodigd waren voor de Hippiade. Van een overwinning durfden ze niet eens te dromen. ‘De favorieten uit de regio waren er’, zegt Roelie. Gert: ‘Ik had absoluut niet in de gaten dat we ook maar enigszins kanshebber waren’.
Toen Roelie met Wonder voor de tweewielige wagen door de baan ging, beschouwde ze Vera Muggen uit Beilen als de grootste kanshebber. Roelie verwachtte dan ook dat nummer 215 door de jury als eerste zou worden aangewezen voor de voorlopige opstelling. Maar het was haar eigen nummer, 263, dat werd binnengeroepen. Roelie: ‘Dat was wel spannend. Als je op kop staat, moet je dat zien vast te houden. Het was erop of eronder’. Bij het overrijden praatte Roelie gedurende de hele rit tegen Wonder: ‘Kom maar, Wonder, goed zo!’ Ze legt uit: ‘Ik wilde dat hij mijn stem hoorde, dat hij niet zou inzakken’ . Roelie vertelt dat het publiek riep en klapte: ‘Kom op, Ga door, het gaat goed’. Gert vult aan: ‘De rijders uit de buurt waren er allemaal. Ze gunnen het elkaar’.
Wonder marcheerde opnieuw door de baan en liet zich van zijn beste kant zien. Gert: ‘Vaak zie je paarden bij het overrijden wat inzakken, dan worden ze moe. Wonder wordt juist sterker. Hoe warmer hij wordt, hoe beter hij is.’
Na Roelies succesvolle rit was de beurt aan Gert om het tweespan Wonder- en Alex van de Ursahof te presenteren. Gert: ‘Wonder is een showbink, die kon het wel aan. Maar Alex moest het ook doen’. Mede-eigenaar Arend Steenbergen (76) geniet nog na: ‘Toen Gert een ronde geweest was, hadden we het wel in de gaten: ‘Allemachtig, wat loopt ze’’. Gert deed er ‘een tandje bij’, reed nog scherper, concentreerde zich om het span bij elkaar en in het ritme te houden. Roelie: ‘Ze kwamen steeds beter in de wedstrijd. Je zag als het ware één paard lopen.’
Gert: ‘Het liep gewoon uit de kunst. Zo wil je het graag hebben’. Arend volgde de wedstrijd gespannen. Hij zegt: ‘Als je als groom in het midden staat, dan zie je de andere paarden niet. Je doet niks anders dan je eigen span volgen’.
Nummer 263 werd omgeroepen voor de voorlopige opstelling. Gert: ‘We keken elkaar aan: ‘Wat is dit nou, dit zal toch niet gebeuren’. Het bleef nog even spannend. Erik de Gooijer uit Blaricum , de kampioen van vorig jaar, stond als tweede opgesteld. De bolhoed van de ringmeester ging af en er werd overgereden. Gert: ‘Toen ik langs de tribune kwam, wist ik: ‘We zijn favoriet’. De jury deelde die mening en de overwinning was een feit. ‘Het dak ging eraf’, zegt Roelie.
Bij de huldiging hadden Gert en Roelie een ‘luxeprobleem’. Beiden waren kampioen, maar konden niet tegelijk met Wonder voor de wagen hun ereronde rijden. Roelie: ‘Ik ben bij Gert op de spider gaan zitten. De paarden kregen ieder een lint om en ik ook’. De vlag werd gehesen, het volkslied werd gespeeld’. Roelie; ‘En toen kwamen de tranen’. Bij allebei? Gert: ‘Ja, en nog wel, hoor’. Met vochtige ogen lachen ze: ‘Dit was een machtig moment, dit lukt nooit weer’.